Het paleis van Filips II

Na zijn huwelijk met Elisabeth van Valois wilde Filips II een nieuw koninklijk verblijf hebben. Het gebouw zou kerk, klooster en paleis moeten worden. Na lang zoeken werd een geschikt punt gevonden in een droefgeestig landschap, vlakbij de hoofdstad.

Het werd een bouwwerk, opgetrokken van de kostbaarste materialen, een kloosterpaleis van verbijsterende afmetingen, maar zonder versieringen, streng, somber en eentonig. In het centrum bevindt zich een enorme kerk, die eveneens uiterst sober is uitgevoerd. Daaronder waren grafplaatsen aangebracht voor de leden van het Spaanse koningshuis. De kamer van de koning vormde het middelpunt van het paleis, dat Escorial werd genoemd. Van daaruit spon Filips zijn draden, die over Spanje en de hele wereld reikten. Vanaf zijn bed kon hij het hoofdaltaar van de grote kerk zien; zo was hij in staat vanaf zijn bed de mis te volgen. In deze cel met haar witgekalkte muren bleef Filips de gehele dag, aldoor schrijvende en bladerende in allerlei papieren, met zijn jichtige been op een bankje. Op de wereldkaarten, binnen handbereik, kon hij zijn geweldige gebieden bekijken.

Filips was een groot beminnaar van de kunst en over heel de wereld liet hij dan ook kunstwerken opsporen, het een nog duurder dan het andere. Zo werd het Escorial tot een museum, dat onmetelijk veel kunstschatten herbergde.

Ook aan de parken wijdde Filips zijn aandacht. Hier werden waterpartijen aangelegd en ook tuinen met geschoren bomen en hagen. Hij liet zwanen komen om de vijvers te bevolken. Een gezant uit VenetiŽ merkte op, dat deze koning vele dieren in zijn parken bijeenbracht, maar alleen om er naar te kijken en niet om ze te doden, zoals andere vorsten graag deden tijdens hun uitgebreide jachtpartijen.

Uit: Ceulaert, A.B., O. Feitsma, Kleio voor vwo en havo 1. Zeist, 1979. p. 60-61


terug