Chronologie van het ontstaan van IsraŽl

1517 De Turken nemen Palestina in bezit
1862 Moses Hess schrijft Rom und Jerusalem
1882 Pogroms in Rusland. De arts Leo Pinkser uit Odessa schrijft Auto-Emanzipation, waarin hij de vorming van een vaderland voor de joden bepleit.

Het BILU-manifest verschijnt.

1882-1903 Eerste immigratiegolf
1895 Affaire Dreyfus
1896 Theodor Herzl schrijft Der Judenstaat, waarin het georganiseerde zionisme wordt voorgestaan.
1897 Eerste Zionistische Wereldcongres te Bazel, waarTheodor Herzl hartstochteljk wordt toegejuicht. Hij spreekt o.a. over de noodzaak van natievorming.
1903 Oegandacrisis
1904 Theodor Herzl overlijdt
1907 Oprichting van het zionistische Palestinabureau in Jaffa, mogelijk geworden door de door Chaim Weizmann bewerkte vereniging van verschillende zionistische stromingen.
1904-1914 Tweede immigratiegolf. Vele socialisten onder hen trekken naar Palestina. Uit hun aanwezigheid ontstaat later de socialistische partij, de Mapai. De eerste kibboetsim worden door hen gesticht.
1914 Turkse rijk aan de kant van de Centralen in WO I. Groot-BrittanniŽ tracht Arabische anti-Turkse gevoelens voor de Geallieerde zaak te mobiliseren. De legendarische Lawrence of Arabia speelt hierbij een voorname rol.
1917 Dankzij de bemiddeling van Chaim Weizman komt de Balfourdeclaration tot stand. Het Midden-Oosten wordt meer en meer een speelbal van de grootmachten.
1918 Oktober val van Damascus. Publicatie van het Sykes-Picot verdrag.
1919 Emir Feisal stelt dat SyriŽ groot genoeg is voor Arabieren ťn joden.
1920 Bij het Verdrag van San Remo ziet Turkije af van Palestina. Engeland vervangt het militair bestuur over Palestina door een civiel bestuur.
1919-1924 Derde immigratiebeweging onder invloed van de Balfourdeclaration
1922 De Raad van de Volkenbond wijst Engeland het mandaat over Palestina toe. Het wordt van kracht op 29 september 1923. Op 10 augustus wordt de Palestijnse grondwet uitgevaardigd, welke het verzet oproept van de Arabieren, die de verkiezingen voor een wetgevend lichaam boycotten.
1928 Het zevende Arabische congres eist 'na tien jaar van absoluut koloniaal bestuur' een democratische regering voor Palestina. Deze eis wordt in 1935 opnieuw gesteld door alle Arabische partijen, nadat de aankondiging van de vorming van een wetgevend lichaam ditmaal vooral op zionistisch verzet is gestuit.
1929 Op het Zionistische Congres in ZŁrich wordt het Jewish Agency opgericht. Tezelfdertijd breken in Jeruzalem, Hebron en Safad Arabische onlusten uit.
1930 De Britse regering stelt in mei in een Witboek een politiek vast van begrenzing der joodse immigratie.
1924-1938 Vierde en vijfde immigratiegolf. Veel joden uit VS en Duitsland trekken naar Palestina.
1931 Panarabisch congres in Jeruzalem
1933 Hitler komt aan de macht
1936 Engeland erkent de volledige onafhankelijkheid van Egypte. Arabisch verzet tegen joodse immigratie leidt tot anti-Britse opstand van Arabische bevolking in Palestina. Groei van sympathie voor de positie van de Arabieren in Palestina; Engeland steunt afwisselend de Arabische partisanen en de joodse Haganah.
1937 Rapport-Peel waarin verdeling van Palestina wordt voorgesteld en een joodse staat aanbevolen wordt.
1938 Onder Arabische druk beperkt Gr.-BrittanniŽ immigratie.
1939 Een Witboek van de Britse regering verwerpt het idee van een soevereine joodse staat in Palestina. Aan Palestina wordt onafhankelijkheid binnen tien jaar beloofd. Beperking van joodse immigratie tot 75.000 over vijf jaar verdeeld. Aankoop van grond door joden in sommige delen van Palestina verboden.
1941 Op 29 mei 1941 houdt Anthony Eden (minister van Buitenlandse Zaken) zijn Mansion House redevoering, waarin hij steun toezegt aan het Arabische eenheidsstreven.
1940-1945 De Jewish Agency staat aan de zijde van de Geallieerden en bouwt in Palestina een geallieerd verzorgingscentrum. Vanaf 1942 maakt een joodse vrijwilligersbrigade deel uit van het Britse leger. De joodse terroristenorganisatie echter pleegt verzet tegen de Witboek-politiek, welke in en na de oorlog wordt voortgezet. De Arabieren en met name de Groot Moefti van Jeruzalem neigen naar de zijde van de As-mogendheden.

Op 22 maart wordt in CaÔro de Arabische LIga opgericht, waarvan Egypte, Saudi-ArabiŽ, Trans-JordaniŽ, Libanon, Irak, Jemen en SyriŽ van meet af aan lid zijn.

Na de beŽindiging van de oorlog in Europa eist de zionistische beweging een onmiddellijke beŽindiging van de Britse Witboek-politiek.

1947 Resolutie in de Algemene Vergadering van de VN over de stichting van een joodse staat in Palestina.
1948 Britten trekken zich terug uit Palestina. Op 14 mei wordt  de staat IsraŽl uitgeroepen door Ben Goerion. Weizmann wordt tot president gekozen. De onafhankelijkheidsoorlog breekt uit.
1950 Wet op de Terugkeer
1952 Nasser neemt zonder bloedvergieten de macht in Egypte over.
1956 Op 26 juli kondigt Nasser aan dat het Suezkanaal door Egypte genationaliseerd zal worden. Binnen enkele  maanden leidt dit tot de Suezcrisis en SinaÔcampagne. De spanning tussen de grootmachten loopt op. De sovjet Unie veroordeelt het ingrijpen van IsraŽl.
1957 Eisenhower komt met een nieuwe doctrine voor de buitenlandse politiek van de VS als nasleep van de Suezcrisis.
1958 Staatsgreep in Irak. Amerikanen interveniŽren in Libanon.
1964 De Palestine Liberation Organization wordt opgericht. Yasser Arafat neemt de leiding van deze organisatie op zich.
1967 Zesdaagse Oorlog. Jeruzalem komt geheel in handen van IsraŽl. Golan-hoogte, Gaza-strook en SinaÔ veroverd door IsraŽl. De Veiligheidssraad van de VN neemt Resolutie 242 aan waarin IsraŽl wordt opgeroepen zich terug te trekken uit de bezette gebieden.
1969 al-Fatah smelt samen met de PLO onder leiding van Arafat. Golda Meir wordt premier van Israël.
1970 Nasser overlijdt. Hij wordt opgevolgd door Sadat.
1971 Abba Eban stelt in een rede zijn vijf wegen naar vrede voor.
1973 Oktober- of Yom Kippoer oorlog.
1975 Burgeroorlog in Libanon
1978 Accoorden van Camp David tussen Egypte en IsraŽl. De door IsraŽl bezette SinaÔ-woestijn wordt teruggegeven aan Egypte.
1979 Een formeel vredesakkoord tussen Egypte en IsraŽl. Egypte verlaat de Arabische Liga. De shah in Iran wordt afgezet; Russen vallen Afghanistan binnen.
1980-81 Iran en Irak raken met elkaar in oorlog
1981 Sadat wordt vermoord
1982 IsraŽl ontruimt de SinaÔ-woestijn. Van de kant IsraŽl volgt een invasie in Libanon om een einde te maken aan de aanvallen van Palestijnse guerillaīs. Arafat verplaatst zijn hoofdkwartier naar Tunis.
1987 Begin van de Palestijnse opstand of intifadah in de bezette gebieden.
1990 Irak bezet Koeweit. Dit leidt tot de Golfcrisis. De PLO kiest de kant van Saddam Hoessein en verliest veel steun onder Arabische leiders.
1991 Uitbreken van de Golfoorlog tegen Irak. IsraŽl wordt bedreigd met Scud-raketten en gifgas. Door ingrijpen van een coalitie van Westerse en Arabische mogendheden wordt Koeweit bevrijd.
1993

In Oslo komt het tot een akkoord over de wijze waarop een Palestijnse staat gestalte zou moeten krijgen. De Arbeiderspartij is vůůr, de Likud is tegen.


 
terug