André Chénier brengt een ode aan Le jeu de paume

Chénier dichtte er in de dagen van de Revolutie lustig op los, maar dit kon niet verhinderen dat hij evenals zovele anderen, het slachtoffer werd van de Terreur. In de ode aan Le Jeu de Paume is daar evenwel nog weinig van te merken.

Als waren zij allen vrienden, bloedverwanten, omarmden zij elkander,
in 't wilde weg, in die lange kaatsbaan;
Allen zwerende. òf onder te gaan, òf de tirannen te overwinnen;
en het gestorven Frankrijk weer tot leven te wekken.

Niet uit elkaar te gaan, voor wij wetten hadden, die ons vrij en rechtvaardig zouden maken.
En heel de mensenmassa tot op de nok van het dak gezeten, bekrachtigde deze verheven wensen door tranen, stilzwijgen of stemmengemurmel.

...

Wat deden echter de afzonderlijk vergaderende hogere standen?
Om weer terug te doen keren het tijdperk van hun uitbuiting
waarin deze tirannen, knechten onder een opperste tiran,
doof voor de kreten van het volk,
onder elkander verdeelden de belastingen, de staatsmacht en de kroon?

Uit: Klinkenberg, P., Van de Franse Revolutie tot de Restauratie. Amsterdam, 1924, p.20


terug