Guillotinelied

Guillotin, een politiek geneesheer, bedenkt op een morgen
Dat ophangen onmenselijk is en weinig patriottisch.
Hij heeft dan ook dadelijk een straf nodig
die - zonder koord of paal - het ambt van beul afschaft.

Tevergeefs bazuint men rond,
Dat het alleen maar de afgunst is
Van een handlanger en zwendelaar van Hippocrates,
Die hoopt ongestraft en zelfs uitsluitend te doden.

De Romein Guillotin, wien niets kan weerhouden,
Raadpleegt de mannen van het vak:
Barnave. Chapelier alsmede de hoofdafhakker
En zijn hand maakt terstond een machine
Die op een menselijke manier zal doden en die men
guillotine zal noemen.

Uit: Janssen Perio, E.M., Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Getuigenissen en documenten over de Franse revolutie. Baarn, 1989, p. 179


terug