De laatste brief van Charlotte Corday, de moordenares van Marat, aan haar vader

Aan M. de Corday d'Armont, rue du Bègle, te Argenton

Vergeef mij, mijn dierbare vader, dat ik zonder uw toestemming over mijn leven heb beschikt. Ik heb veel onschuldige slachtoffers gewroken en heel wat rampen voorkomen. Eens zal ons volk - tot inkeergekomen - blij zijn dat het bevrijd is van een tiran. Ik heb u er van willen overtuigen dat ik naar Engeland vertrok omdat ik hoopte mijn incognito te bewaren; intussen heb ik daarvan het onmogelijke ingezien, ik hoop dat ze u ongemoeid zullen laten, in ieder geval zult u in Caen verdedigers vinden. Ik heb als verdediger Gustave Doulcet de Pontécoulant gekozen. Een dergelijk misdrijf behoeft eigenlijk geen verdediging. Het is slechts voor de vorm.

Vaarwel mijn lieve vader, ik bid u vergeet mij, of liever verheug u in mijn lot, de zaak is het waard. Ik kus mijn zuster van wie ik zielsveel houd, evenals alle andere familieleden.

Vergeet deze regel van Corneille niet: 'Misdaad veroorzaakt schande, niet het schavot. '

Morgen word ik terechtgesteld. 16 juli. 

Uit: Blanc, O., De laatste brief. authentieke afscheidsbrieven van slachtofers van de Franse Revolutie. Amsterdam, 1988. p.26


terug