Charlotte de Corday na haar arrestatie over de beweegredenen voor haar daad, juli 1793

In de gevangenis der Abdij, in de vorige kamer van Brissot, den tweeden dag van de voorbereiding tot den vrede.

[...] Ik geloof, dat men de laatste woorden van Marat gedrukt heeft; ik twijfel of hij nog iets gezegd heeft; maar ziehier de laatste, die hij mij gezegd heeft; nadat hij al uwe namen en die van de administrateurs van de Calvados, die te Evreux zijn [met het legertje dat tegen Parijs opmarcheerde], had opgeschreven, zei hij mij, om me te troosten, dat hij binnen weinige dagen u allen zou doen guillotineeren te Parijs. Deze laatste woorden beslisten over zijn lot.

Uit: Jorissen, Th., Historische karakters. Haarlem 1892, 157-158


terug