Maria Theresia van Oostenrijk in een brief met moederlijke vermaningen aan Marie Antoinette, 4 mei 1770


Mijn lieve dochter.

Nu dan ben je daar terechtgekomen, waar de voorzienigheid je bestemd heeft om te leven. Wanneer men slechts de hoge positie in ogenschouw neemt, ben jij de gelukkigste van je zusters en van alle prinsessen. Jij vindt er een hartelijke vader, die tegelijk je vriend zal zijn, wanneer je het verdient. Heb hem lief, wees hem toegedaan, probeer zijn gedachten te raden. Jij kan helemaal niets doen op het ogenblik dat ik je verlies. Deze vader alleen, slechts deze vriend kan mij troosten, mij in mijn neerslachtigheid opvrolijken en mij tot geruststelling dienen, omdat ik hoop dat jij mijn adviezen opvolgt, je geheel aan deze houdt en in alles zijn bevelen en aanwijzingen afwacht. Over de Dauphin zeg ik niets; jij kent mijn fijngevoeligheid op dit punt; de echtgenoot moet in alles aan de man onderworpen zijn en mag geen ander streven hebben hem welgevallig te zijn en zijn wil te doen. Het enige, ware geluk op aarde is een gelukkig huwelijk; daarover kan ik uit ervaring spreken. Alles hangt van de echtgenote af, wanneer zij voorkomend, zachtmoedig en onderhoudend is. Slechts een overheersend geluid over jou bereikt GŁnzburg, waar vandaan ik de laatste berichten heb gekregen, en het eerste en laatste woord van deze boodschappen is lof op jouw opmerkzaamheid en vriendelijkheid, die alle harten doet ontvlammen. Niet vertrouwelijkheid, want die zou niet vleiend zijn, omdat deze te onbeschaafd is, maar goedheid trekt alle mensen aan en geeft hun vertrouwen.
Ik raad je aan, mijn lieve dochter, mijn brief van elke eenentwintigste door te lezen. Ik vraag je om op dit punt trouw te zijn; bij jou vrees ik slechts nalatigheid in gebed en in de lectuur, dat kan grilligheid en verwaarlozing ten gevolge hebben. Vecht daar tegen, want dat is gevaarlijker als een onvolmaakter en zelfs slechtere toestand; daar komt men niet gemakkelijk van terug. Hou van je familie, wees je tantes, zowel als je schoonbroers en zusters toegedaan. Sta geen kletspraat toe; je kan dergelijke lieden tot zwijgen brengen of tenminste de omgang met hen vermijden, doordat jij je verre houdt van hen. Wanneer je gesteld bent op je rust, ga dan vanaf het begin deze dingen uit de weg; op dit punt houd ik mijn hart vast, omdat ik je nieuwsgierigheid ken. Overhandig deze brief van mij aan de koning en spreek met hem zo vaak als je kan met hem over mij. Je zal niet teveel kunnen zeggen over de gevoelens die ik voor hem koester.

Maria-Theresia en haar familie


terug