Charlotte d'Armont Corday, 1768-1793

Charlotte Corday d'Armont was vijfentwintig toen zij op 7 juli 1793 in Caen een parade van Girondijnse troepen meemaakte. De hoop van de Girondijnen was dat deze parade een enthousiaste stroom vrijwilligers op gang zou brengen om zo de Jacobijnen te weer te kunnen stellen. De parade werd een teleurstelling, slechts weinige vrijwilligers meldden zich. Maar voor Charlotte Corday was het zoveelste herinnering dat de Jacobijnen de Republiek in discrediet hadden gebracht en dat daar iets aan gedaan moest worden.
Een van haar streekgenoten was Abbé Gombault, die aan haar moeder de laatste sacramenten had toegediend. Hij weigerde als priester de eed van trouw aan de grondwet af te leggen. Dat werd door sommigen gezien als landverraad en verraad aan de revolutie met als gevolg dat hij op 5 april 1793 naar de guillotine wordt gebracht en onthoofd, de eerst van een reeks slachtoffers in Caen.
Kort daarop verschijnen er berichten in de pers waarin de tirannie van een kleine kliek aan de kaak wordt gesteld en verantwoordelijk wordt gehouden voor deze terreurdaden. Ook in Caen vinden deze berichten gretig aftrek en het is wel haast zeker dat Charlotte deze ook gelezen heeft. Als een van de hoofdschuldigen wordt Marat aangewezen. Charlotte trekt de conclusie dat zij een daad moet stellen en met de diligence vertrekt zij zonder toestemming van haar vader naar Parijs. Marat zou er aan gaan!
Zij heeft niet de bedoeling het koningshuis te herstellen of de verworvenheden van de revolutie terug te draaien. Ook zij had Rousseau gelezen en zich verdiept in de gebruikelijke geschiedenissen van Rome. Voor haar was de Revolutie vooral een omwenteling waarin hooggestelde morele doelen golden, zoals bij de oude Romeinen tijdens de Romeinse Republiek.

Op 13 juli verlaat zij 's ochtends vroeg haar logement in de buurt van de Rue des Victoires en gaat naar het Palais-Royal. Ze koopt een krant waarin nog eens blijkt hoe perfide de Jacobijnen zijn. Léonard Bourdon eiste in de Convention de doodstraf voor alle Girondijnen. Ze schaft zich een andere hoed aan en tot slot gaat zij naar een messenwinkel om een keukenmes met een vijftien centimeter lang lemmet en houten heft te kopen. Het mes verstopt ze onder haar jurk.
Charlotte dwaalt dan nog wat rond om vervolgens om ongeveer half twaalf bij het huis van Marat in de Rue des Cordeliers aan te komen. Marat stond er om bekend dat zijn deuren voor iedereen open stonden. Dus het zou voor Charlotte eenvoudig moeten zijn om bij hem door te dringen. Maar voordat zij zover kon komen werd zij door een huisgenote van Marat weggestuurd met de mededeling dat Marat te ziek was om wie dan ook te ontvangen. Gefrustreerd besluit zij Marat een brief te schrijven die zijn belangstelling wel moest wekken en waardoor zij wel bij hem toegelaten zou worden. Ze suggereerde informatie te kunnen verschaffen over samenzweringen die op gang werden gezet door naar Caen ontsnapte Girondijnen. Ze vroeg om een antwoord maar vergat uit pure zenuwen haar adres te vermelden.Charlotte Corday heldin of misdadiger?

Om zeven uur 's avonds kwam Charlotte Corday opnieuw bij het huis van Marat. Natuurlijk had zij haar mes bij zich en nu ook een brief waarop zij aandrong om hem te mogen bezoeken. Toevallig werden net brood en kranten gebracht zodat zij pas staande werd gehouden toen zij al halverwege de trap was. De vriendin van Marat - Simone Evrard - vertrouwde haar niet en vroeg wat zij kwam doen. Charlotte verhief expres haar stem en vertelde dat zij mededelingen had over een samenzwering. Marat zat in bad vanwege zijn huidkwaal en riep haar binnen, maar Simonne bleef angstvallig waken, totdat Marat haar vroeg nog enig badwater te halen. Om haar Jacobijnse inslag te bewijzen gaf zij op zijn verzoek een opsomming van alle samenzweerders. "Bon", antwoordde Marat, "binnen een paar dagen zal ik ze allemaal onder de guillotine hebben." Waarna Charlotte Corday moorddadig toestak. Met één messteek bracht zij Marat een zodanige wond toe dat hij het niet overleefde. De kreet bracht nog wel een wanhoopspoging op gang om zijn leven te redden, maar alle hulp kwam te laat. De Ami du Peuple was niet meer, een cultus voor de 'martelaar voor de vrijheid' was begonnen. Vanzelfsprekend publiceerde L'Ami du Peuple een uitgebreid verslag.

En Charlotte? Door Laurent Bas, die voor de krant van Marat werkte, werd zij eerst met een stoel bekogeld waarna hij haar tegen de grond werkte door haar zoals hij tegenover het hof stelde 'bij haar borsten vast te pakken." Charlotte was helemaal niet van plan geweest om weg te lopen en bleef stoïcijns. Ze legde tegenover de rechtbank die haar veroordeelde, uit dat zij gemerkt had dat Frankrijk op de rand van burgeroorlog verkeerde en dat Marat daaraan voor een groot deel schuldig. Dat had haar doen besluiten om haar leven op te offeren pour la Patrie. Alle onderzoekingen ten spijt verricht door een revolutionair comité bleef de daad van Charlotte Corday uniek en waren er geen complotteurs te ontdekken, zoals Charlotte ook zelf al had duidelijk gemaakt.
Het vonnis luidde de guillotine. Op 17 juli werd dit vonnis dan ook voltrokken.
De daad van zelfopoffering was voor André Chenier aanleiding tot het schrijven van een Ode aan Charlotte Corday


terug