Uitbarstingen van Esterhazy, Le Figaro, 28 november 1897

Esterhazy als Ulaan.Brieven aan Madame Boulancy uit de jaren 1881 tot 1884

I.

Dat is het fraaie leger van Frankrijk! Het is schandalig! En indien er geen kwestie van bestaan was, zou ik morgen weggaan. Ik heb naar Constantinopel geschreven. Als men mij een aanvaardbare rang aanbiedt, zal ik daarheen gaan. Maar ik zal het land niet verlaten zonder al deze canailles een streek naar mijn aard geleverd te hebben.

II.

Onze grote chefs, de lafaards en domkoppen, zullen nog een tweede keer de Duitse krijgsgevangenenkampen bevolken.

III. De zogenaamde 'Ulanenbrief'.

Ik ben er stellig van overtuig dat dit volk nog geen schot kruit waard is. Mijn mening wordt bevestigd door al die kleine laffe streken van mannen die zich als dronken vrouwen gedragen. Voor mij is er maar één menselijke deugd; hier te lande ontbreekt dit de mensen volledig. Als men mij vandaag zei dat ik morgen als ritmeester der Ulanen zou sneuvelen bij het neersabelen van Fransen, dan zou ik stellig volmaakt gelukkig zijn. Ik betreur met heel mijn hart, dat ik niet meer in Ain-Darham ben, hoewel het een afschuwelijk land is, en dat ik weer de grond van dit vervloekte Frankrijk heb betreden. Ik heb alles geprobeerd om naar Algerije terug te keren [...]

Jij vergist je volledig in mijn wezen en mijn karakter. Naar algemene maatstaven ben ik zeker oneindig veel minder dan de laatste van je vrienden. Maar ik ben van een geheel andere aard dan zij. Algemeen miskent men mij. Maar nu omdat ik teleurgesteld, verbitterd, woedend ben, voel ik mij tot grootse dingen in staat, als ik maar de gelegenheid krijg, of ik ben tot misdaden bereid, als deze mijn dorst naar wraak stillen. Ik kan nog geen klein hondje pijn doen, maar ik zou met genoegen honderdduizend Fransen doden. [...]

De praatzieke, verschrikkelijke mannen, die onder de dekmantel van het laffe en anonieme "on dit" [men zegt...] van de ene salon naar de andere hun kletspraat verspreiden, wat zouden zij een treurige figuur slaan onder de rode zon van een veldslag, wanneer Parijs stormenderhand genomen zou worden en de plundering door honderdduizend bezopen soldaten ingezet zou worden. Dat is een feest waar ik van droom. Amen.

 

terug