Picquart maakt publiek dat de legerleiding en de Krijgsraad zich op valse documenten gebaseerd hebben, 9 juli 1898

Mijnheer de Voorzitter van de Ministerraad,

Tot op heden was het mij niet gegeven om mij vrijelijk te kunnen uitspreken over de geheime documenten waarop men heeft gemeend de schuld van Dreyfus te bewijzen.

Omdat mijnheer de Minister van Oorlog vanaf de tribune van de Kamer van Afgevaardigden drie van deze documenten heeft geciteerd, beschouw ik het mijn plicht U ervan op de hoogte te stellen dat ik in staat ben om voor een competente rechterlijke macht te bewijzen dat de twee stukken die gedateerd zijn met 1884 nooit betrekking gehad kunnen hebben op Dreyfus en dat het stuk dat met 1896 gedateerd is alle kenmerken van een vervalsing draagt. Het lijkt er overduidelijk op dat in goed vertrouwen mijnheer de Minister van Oorlog voor een verrassing is komen te staan en dat dit trouwens ook geldt voor al diegenen die geloofd hebben in de waarde van de twee documenten en in de authenticiteit van het laatste stuk.

Met Uw goedvinden, Mijnheer de President van de Ministerraad, etc.

G. Picquart.

 

terug