Duitse dementi van Dreyfus, januari 1895

Zijn Majesteit de Keizer, die een volkomen vertrouwen heeft in de gevoelens van eer van de President en de Regering van de Franse Republiek, verzoekt Uwe Excellentie de heer Casimir-Périer te zeggen, dat, indien bewezen zou worden, dat de Duitse ambassade nimmer betrokken is geweest in de Dreyfus-affaire, Zijne Majesteit de hoop uitspreekt, dat de Regering van de Republiek niet zal aarzelen zulks te verklaren.

Zonder zulk een formele verklaring zullen de sprookjes waaraan de pers zich te buiten gaat, blijven verschijnen, waardoor de vertegenwoordiger van de Keizer zou kunnen worden gecompromitteerd.

HOHENLOHE.

 

Bron 1: Schwartzkoppen schrijft aan Buitenlandse Zaken, 14 december 1894

Bron 2: Brief van of Graaf von Münster of de minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland aan Von Schwartzkoppen, 17 januari 1895

Bron 3: Volgens de tekenaar Fertom in Pilori verkneukelt de Triple Alliantie zich in de Affaire Dreyfus

terug