De meineed van Henry maakt indruk op de rechters. Kapitein Freystätter voor de Verenigde Kamers op 24 april 1899

Vraag: Wat heeft kolonel Henry voor de Krijgsraad verklaard?

Antwoord: In een eerste verklaring verzekerde Henry dat de beklaagde schuldig was, zonder andere getuigen aan te halen dan zijn eigen. In een tweede verklaring beweerde hij, dat hij van een zeer achtenswaardige persoonlijkheid die hij niet kon noemen, wist, dat de officier van de Generale Staf, die documenten aan het buitenland verkocht, niemand anders was dan kapitein Dreyfus. Op een vraag van majoor Gallet, geloof ik, verklaarde hij, dat een officier bepaalde geheimen zelfs niet aan zijn kepi mag toevertrouwen.

Vraag: Maakte deze verklaring enige indruk op U?

Antwoord: Deze verklaring had een aanzienlijke invloed op mij vanwege de houding van Henry, die zich naar Dreyfus omkerend hem als de verrader aanwees. De overtuiging van de schuld van kapitein Dreyfus werd teweeg gebracht door de geloften van twee handschriftdeskundigen, die hem ten stelligste het bordereau toeschreven. De andere experts vonden dat er grote overeenkomsten en verschillen waren; de verschillen werden door Monsieur Bertillon verklaard aan de hand van gefotografeerde vergrotingen van woorden die aan het bordereau en aan een brief van Mathieu Dreyfus waren ontleend.

terug