De meineed van Henry, december 1894. Picquart voor de Krijgsraad van Rennes

Ik geloof dat het belangrijk is U te vertellen [...] onder welke omstandigheden Henry als getuige optrad. Henry was al een keer verhoord. Ik herinner mij niet meer precies de inhoud daarvan. Hij heeft in onbestemde bewoordingen beweerd, dat hij via zijn inlichtingendienst vernomen had, dat er een verrader bij de État-Major zou zitten. Nu zag Henry dat het proces met betrekking tot de aanklacht een verkeerde wending begon te nemen, en hij besloot de beklaagde een beslissende slag toe te brengen. Hij zei mij voor een van de zittingen: "U zit achter een van de rechters, achter Gallet. Zegt U hem dat hij mij laat terugroepen." Ik zag het niet als mijn rol om als bemiddelaar tussen de rechters en de getuigen op te treden en ik weigerde het te doen. Ik zei Henry dat hij zelf zijn wens moest overbrengen.

Deze maakte zich boos, maar tijdens een pauze smeekte hij Gallet hem een vraag te stellen, waarop Henry vervolgens op deze wijze heeft geantwoord: "Ik weet via een eerlijk personage dat een officier van het Deuxième Bureau verraad heeft gepleegd, en deze officier of deze verrader (ik herinner me niet meer precies de zegswijze) is deze hier!" Gelijktijdig wees hij met de vinger op Dreyfus. Hij had zijn stem verheven en moet op dat moment duidelijk indruk hebben gemaakt.

Ik weet dat de verdediging vervolgens aan majoor Henry vroeg wie dit eerlijke personage is, die hem dit had meegedeeld. Henry antwoordde terwijl hij gelijktijdig zijn kepi aantikte: "Er zitten in het hoofd van een officier geheimen, die zelfs zijn pet niet mag weten!"

De betoog was bijzonder theatraal en als de rechters van de goede trouw van Henry overtuigd waren en aannamen dat hij werkelijk door een eerzaam personage was ingelicht, dan heeft zijn betoog zo op hen in moeten werken.

terug