Mathieu Dreyfus ontmaskert Esterhazy, 16 november 1897

Mijnheer de Minister,

De enige grondslag voor de beschuldiging die in 1894 tegen mijn ongelukkige broer is ingebracht, is een niet ondertekende en niet gedateerde brief waaruit blijkt dat vertrouwelijke militaire documenten overhandigd zijn aan een agent van een buitenlandse militaire mogendheid.

Ik heb de eer U mede te delen dat de heer Graaf Walsin-Esterhazy, majoor bij de infanterie, die afgelopen lente op non-actief is gesteld wegens tijdelijke kwalen, de auteur van dit stuk is.

Het handschrift van majoor Esterhazy is identiek met dat van dit stuk. Het moet voor U zeer eenvoudig zijn het handschrift van deze officier te bemachtigen. Ik ben trouwens bereid U aan te wijzen waar U brieven van hem kunt aantreffen waarvan de authenticiteit onweerlegbaar is en die geschreven zijn vˇˇrdat mijn broer werd gearresteerd.

Ik twijfel er niet aan, Mijnheer de Minister, dat U - nu U op de hoogte bent wie de pleger is van het verraad waarvoor mijn broer is veroordeeld - prompt recht zult doen.

 

 

terug