Kapitein Dreyfus aan zijn vrouw Lucie Dreyfus, donderdag 3 januari 1895

Ma Chérie, men heeft mij meegedeeld dat de diepste vernedering overmorgen plaatsvindt. Ik heb het verwacht, ik ben er op voorbereid, het was toch een harde slag. Ik zal het doorstaan, zoals ik je heb beloofd. Ik zal putten uit alle kracht die ik nog nodig heb, uit jouw liefde, uit de genegenheid van jullie allen, uit de herinnering aan mijn lieve kinderen, uit de uiteindelijke hoop dat de waarheid aan het licht zal komen.

De nachten zijn lang [...] telkens keren mijn gedachten zich naar jou, voor jou spreek ik al mijn krachten aan [...] Kan men zich een smartelijker martelaar voorstellen?


 

terug