Aantekening van kapitein Dreyfus tijdens de zittingen van de krijgsraad (1894) bestemd voor zijn advocaat Demangenew.gif (26193 bytes)

Eensluidend zeggen alle getuigen, dat ik graag mijn kennis ten toon spreid. Ik verberg deze ook niet, in tegendeel. Dat is toch niet het gedrag van een spion, die te goed weet wat hij riskeert? Ik ben altijd volstrekt vrijmoedig geweest. Alle getuigen hebben dat verklaard.

Zelfs Majoor Mercier-Milon was gedwongen toe te geven, dat ik trouw dienst heb gedaan en mij nooit bekommerde om een vertrouwelijke kwestie.

Zonder Majoor du Paty zou de aanklacht al ingestort zijn. Hij is degene die de haat aanblaast. Heeft hij het recht steeds in het proces in te grijpen? Men zou warempel menen, dat hij het leidt.

Indien ik deze verschrikkelijke strijd doorsta, waarin men mij mijn eer wil ontnemen, dan houd ik het slechts uit omdat ik de eer van mijn naam, de eer van de naam van mijn kinderen wil verdedigen. Ik heb een zoon, en deze zoon moet weten dat de naam die hij draagt, een smetteloze naam is; de naam van een man, die nooit tegen de eer heeft gehandeld.

Hoe vaak heb ik al niet aan zelfmoord gedacht, hoe vaak heb ik gedacht dat het voor mij veel gemakkelijker zou zijn te sterven dan dit afgrijselijke martelaarschap de dragen.

Ik voor mijn eer geleefd, mijn ziel heeft deze sterke beproeving doorstaan vanwege de eer van mijn kinderen. Mijn naam is niet alleen van mij, hij is ook van mijn vrouw, hij is van mijn kinderen en voor deze naam wil ik leven.


 

terug