Déroulède waarschuwt Mercier in een redevoering, 6 juli 1899

Mocht er door een onbetwijfelbaar, juist en echt bewijsstuk aangetoond worden dat Dreyfus onschuldig is, mocht deze misdaad tegen de mensheid vastgesteld worden, dan kunnen er geen eerbewijzen gegeven worden die voor de martelaren groot genoeg zijn, en geen tuchtiging die vreselijk genoeg zal zijn, geen aan de schandpaal nagelen genoeg zijn voor al die ministers, zowel burgerlijke als militaire, die Dreyfus hebben laten aanklagen. Elk vorm van straf zou te verontschuldigen zijn, elke pijniging zou te rechtvaardigen zijn.

terug