Faits et gestes van de Affaire Dreyfus

Selecteer een jaartal en spring er direct heen

1894

20 juli

Marie-Charles-Ferdinand Walsin-Esterhazy, majoor van het 74e Infanterieregiment komt voor het eerst in de Duitse ambassade en biedt zijn diensten aan bij de militair attaché luitenant-kolonel Max von Schwartzkoppen.

21 juli

Schwartzkoppen krijgt een brief van Esterhazy; er is sprake van een al aangekondigde reis en van inlichtingen over Rusland.

27 juli

Esterhazy komt weer bij Von Schwartzkoppen, geeft volledige inlichtingen en vraagt voor zijn diensten maandelijks 2000 Francs.

3 augustus

Von Schwartzkoppen brengt een bezoek aan het hoofd van de Duitse inlichtingen dienst, die op vakantie is in Michelstadt in Odenwald. Schwartzkoppen brengt mondeling verslag uit over Esterhazy.

13 augustus

Derde bezoek van Esterhazy aan de Duitse ambassade.

15 augustus

Schwartzkoppen koopt voor 1000 Francs het plan voor de mobilisatie van de artillerie.

1 september

Esterhazy overhandigt Schwartzkoppen drie documenten over: 1. de dekkingstroepen, 2. 

het korte 120-mm geschut en 3. het gereproduceerde schietboek voor de artillerie.

top

5 sept.

Esterhazy geeft Schwartzkoppen een rapport over de artillerie manoeuvres bij Sisonne.

6 sept.

Esterhazy laat voor Schwartzkoppen op de Duitse ambassade een werkje achter over de voorgenomen expeditie naar Madagascar.

24 sept.

Schwartzkoppen gaat naar Berlijn; hij komt op 9 oktober terug.

eind sept.

De inlichtingendienst komt met het Bordereau.

begin okt.

Fotokopieën van het Bordereau worden verspreid onder de Chefs van de verschillende afdelingen van de État-Major. In het Quatrième Bureau wordt de verdenking geopperd dat Dreyfus kapitein van de artillerie, stafofficier, gedetacheerd bij de État-Major, de auteur van het Bordereau zou kunnen zijn.

11 okt.

Mercier, Minister van Oorlog, deelt de minister-president, de minister van buitenlandse zaken en de minister van justitie mee dat hij binnen de État-Major een verrader op het spoor is. 

top

13 okt.

Gobert, de handschriftdeskundige van de Banque de France weigert het Bordereau aan kapitein Dreyfus toe te schrijven.

Mercier laat onder een vals voorwendsel kapitein Dreyfus voor maandag 15 oktober op het ministerie van oorlog ontbieden. De overhandiging van het dienstbevel volgt 's middags. De Chef van de identificatiedienst van de Parijse praefectuur van politie, Alphonse Bertillon, levert 's avonds een rapport waarin kapitein Dreyfus tot auteur van het bordereau wordt bestempeld.

14 okt.

De bijzonderheden van de arrestatie worden op deze zondag op het Ministerie van Oorlog vastgelegd. Divisie-generaal Auguste Mercier, minister van oorlog, ondertekent het bevel tot in hechtenis neming. Hij benoemt majoor Armand-Auguste-Ferdinand-Marie Mercier du Paty de Clam tot "officier de police judiciaire" en geeft hem de opdracht het (administratieve) vooronderzoek uit te voeren.

De directeur van het militaire gevangeniswezen Majoor Forzinetti krijgt bijzondere aanwijzingen met betrekking tot de behandeling van kapitein Dreyfus wiens insluiting voor de volgende dag hem wordt aangekondigd. Deze aanwijzingen hielden de volkomen isolatie en demoralisering van de in voorlopige hechtenis genomen Dreyfus.

15 okt.

Kapitein Dreyfus wordt gearresteerd in de werkkamer van de chef van de Generale Staf. Paty du Clam acht het bewijsmateriaal tegen Dreyfus fragiel.

20 okt.

Bertillon is er zonder enig voorbehoud van overtuigd dat Dreyfus terecht moet staan op verdenking van landverraad.

31 okt.

Du Paty de Clam sluit zijn vooronderzoek over kapitein Dreyfus af.

top

Het Agentschap Havas maakt bekend, dat een officier op verdenking van landverraad is gearresteerd. De pers springt er gretig op in. Le Soir noemt Alfred Dreyfus.

Madame Lucie Dreyfus krijgt toestemming om de broer van haar man op de hoogte te stellen van zijn arrestatie.

1 nov.

Libre Parole noemt Dreyfus als de verrader. Begin van een gewelddadige antisemitische campagne tegen Dreyfus. Lekken vanuit de Generale Staf om de regering te dwingen vervolging te laten instellen. De ministerraad besluit de aanklacht in te laten dienen.

2 nov.

De Italiaanse militaire attaché kolonel Panizzardi probeert in een gecodeerd telegram zijn regering elke betrekking met Dreyfus te laten onrkennen. Mercier - minister van Oorlog - geeft een uiteenzetting voor de minsterraad. Ondanks enig voorbehoud bij de minister van Buitenlandse Zaken Hanotaux, besluit men unaniem tot vervolging.

3 nov.

Dreyfus wordt door de militaire aanklager wegens landverraad aangeklaagd. Majoor d'Ormescheville zal het onderzoek gaan leiden.

7 nov.

Majoor d'Ormescheville begint zijn onderzoek. Drie van de vijf schriftexperts schrijven aan Dreyfus het auteurschap van het bordereau toe.

top

10 nov.

Ontkenning door de Duitse ambassadeur van het bestaan van contacten tussen Von Schwartzkoppen en Dreyfus.

27 nov.

Generaal Mercier geeft een interview aan de Figaro waarin hij beweert dat Dreyfus al drie jaar als spion werkzaam is geweest.

3 dec.

Het onderzoek wordt afgesloten. Rapport van majoor d'Ormescheville.

13 dec.

Ontkenning van Duitse betrokkenheid door het officiële persagentschap Havas

19-22 dec.

Achter gesloten deuren vindt het proces Dreyfus plaats voor de Krijgsraad van Parijs. Zelfs zijn advocaat Demange mag bij de zitting van de Krijgsraad niet aanwezig zijn. Mercier doet aan de militaire rechters zonder medeweten van de verdediging en de aangeklaagde een 'geheim dossier' toekomen dat door de Statistische Sectie tegen Dreyfus is voorbereid. Noch de leden van de Krijgsraad noch majoor Picquart die waarnemer is voor Mercier, Boisdeffre en zo voor de president van de Republiek Perier, hebben in de gaten dat zij door deze procedure de rechten van de verdediging schenden. Henry, die optrad als officiële vertegenwoordiger van de inlichtingendienst pleegt meineed door Dreyfus als verrader en spion aan te wijzen. De Krijgsraad is van zijn optreden zeer onder de indruk. Slechts een enkeling twijfeltt aan de rechtsgang en de rechtmatigheid van de uitspraak.

top

22 dec.

Unanieme veroordeling tot levenslange verbanning. Latere medestanders van Drefys, zoals Georges Clemenceau en Jean Jaurès, zijn op dit moment nog overtuigd van zijn schuld en eisen harde straffen.

31 dec.

Afwijzing van het beroep tegen het vonnis.

1895 top

januari

Ontkenning door Hohenlohe van het bestaan van contacten tussen Dreyfus en de Duitse ambassade.

5 jan.

Kapitein Dreyfus wordt gedegradeerd ten overstaan van de troepen in het hof van de Hogere Krijgsschool. Dreyfus ontkent in alle toonaarden zijn schuld. Dreyfus zou zogenaamde bekentenissen tegenover kapitein Lebrun-Renault hebben afgelegd.

17 jan.

Félix Faure wordt tot president van de Republiek gekozen.

26 jan.

Val van het kabinet Dupuy.

Vorming van het kabinet Ribot. Zurlinden volgt Mercier op als Minister van Oorlog.

21 feb.

Een vriend van president Félix Faure, Dr. Gilbert licht Mathieu Dreyfus, een oudere broer van Alfred, in over het bestaan van een geheim document tegen Alfred, dat tijdens de zittingen van de krijgsraad niet is overlegd. Maître Demange - verdediger van kapitein Dreyfus -, hoort kort daarop van het document "de canaille de D. ...". Dreyfus gaat scheep naar Ile du Diable uitgeluid door een vijandige menigte.

top

13 april

Dreyfus arriveert op Duivelseiland.

zomer:

Bernard Lazare, een jonge bekende schrijver, wordt door de familie Dreyfus voor de rehabilitatie van kapitein Dreyfus gewonnen.

1 juli

Majoor Picquart wordt hoofd van de inlichtingendienst en vervangt Sandherr.

1896 top

maart

Een verscheurde, niet verzonden stadstelegram van de Duitse ambassade ter attentie van majoor Esterhazy komt in handen van de inlichtingendienst. Dit document - het "petit bleu" - brengt Majoor Georges Picquart op het spoor van Esterhazy. Picquart raadpleegt het 'geheime dossier' van 1894 en geeft zich rekenschap van een in het oog springende overeenkomst tussen het handschrift van Esterhazy en het bordereau.

19 maart

Schwartzkoppen ziet af van de verdere diensten van Esterhazy.

6 april

Picquart wordt bevorderd tot luitenant-kolonel.

5 aug.

Picquart brengt rapport uit over Esterhazy aan de chef van de État-Major, generaal de Boisdeffre.

6 aug.

De Duitse spion Cuers ontmoet majoor Hubert-Joseph Henry en kapitein Jules Louth in Basel om de Franse inlichtingendienst in te lichten over Esterhazy. Beide officieren houden de boot af.

top

augustus

Picquart ontdekt dat Esterhazy de auteur is van het Bordereau.

3 sept.

Mathieu Dreyfus laat in een Engelse krant het valse bericht verspreiden dat zijn broer ontsnapt is van Duivelseiland.

Picquart stuurt bericht aan de plaatsvervangend chef-staf Charles Arthur Gonse - zijn directe meerdere - over Esterhazy en overhandigt hem een schriftelijk verslag van de kwestie.

5-14 sept.

Briefwisseling tussen Gonse en Picquart over de kwestie Dreyfus-Esterhazy.

10 sept.

L'Éclair zinspeelt op het bestaan van een geheim dossier.

14 sept.

In L'Éclair gedateert op 15 september, verschijnt het artikel "Le Traître", dat niet alleen probeert elke twijfel aan de schuld van Dreyfus weg te nemen, maar ook melding maakt van aan de Krijgsraad ter hand gestelde 'geheime dossier'

top

18 sept.

Lucie Dreyfus doet het verzoek aan de Kamer van Afgevaardigden voor revisie van het proces tegen haar echtgenoot.

26 okt.

Generaal Billot - minister van Oorlog - is tegen herziening en besluit Picquart op dienstreis te sturen, o.a. naar Tunesië.

2 nov.

De "vervalsing Henry" duikt op in het Ministerie van Oorlog. Volgens Henry is het afkomstig van de Duitse ambassade. Het is zogenaamd een brief van de Italiaanse attaché Panizzardi aan Von Schwartzkoppen, waaruit overduidelijk Dreyfus' betrokkenheid zou moeten blijken.

6 nov.

Bernard Lazare publiceert in Brussel het pamflet "Une erreur judiciaire, la vérité sur l'affaire Dreyfus". Een tweede oplage verschijnt enkele dagen later in Parijs.

10 nov.

Le Matin publiceert in facsimile het Bordereau publiceert in facsimile het Bordereau publiceert in facsimile het Bordereau. Von Schwartzkoppen herkent dan het handschrift van Esterhazy, maar besluit niets te zeggen.

16 nov.

Picquart draagt de inlichtingendienst over aan generaal Gonse en verlaat Parijs voor een "dienstreis" die pas twee maanden later in Afrika zal eindigen.

nov.

Bernard Lazare brengt aan de vice-voorzitter van de Senaat, Scheurer-Kestner een bezoek. Deze doet navraag bij minister Freycinet, die de schuld van Dreyfus bevestigt. Een bezoek aan Zola en Jaurès zijn eveneens zonder resultaat.

15 dec.

Het Deuxième Bureau begint met het opstellen van een valse aanklacht tegen Picquart, waarvoor de 'Speranza'-brief wordt gefabriceerd.

1897 top

6 jan.

Picquart wordt bij het 4e Algerijnse Regiment geplaatst.

2 april

Picquart maakt in de vorm van een testament bestemd voor de president van de Republiek, een verslag van de kwestie Dreyfus-Esterhazy.

begin juni

Picquart ontvangt een brief van Henry waarin deze hem met het indienen van een valse aanklacht bedreigt.

eind juni

Picquart draagt zijn vriend en advocaat Leblois in geval van nood zijn verdediging op zich te nemen; Picquart geeft hem de brieven van generaal Gonse en licht hem in over het geval Dreyfus-Esterhazy.

13 juli

Leblois geeft senator Scheurer-Kestner informatie over het geval Dreyfus-Esterhazy en toont hem de brieven van generaal Gonse, die hij van Picquart heeft gekregen. Leblois en Scheurer-Kestner - na een gedachtenwisseling van enkele weken - besluiten de regering te bewerken voor een herziening van het proces tegen Dreyfus.

oktober

Scheurer-Kestner legt via kolonel Bertin-Mourot contact met de minister van Oorlog, Billot, die hem laat weten dat hij niets voor een herziening zal ondernemen. De État-Major is zich nu bewust van het gevaar dat de aanklagers van kapitein Dreyfus bedreigt.

18 okt.

Esterhazy wordt door de État-Major te Parijs ontboden.

19 okt.

Het eerste nummer van l'Aurore verschijnt.

top

23 okt.

Esterhazy ontmoet Schwartzkoppen voor de laatste keer en moedigt hem aan contacten met Dreyfus voor te wenden.

29 okt.

Eerste brief van Esterhazy aan de president van de Republiek.

31 okt.

Tweede brief van Esterhazy aan de president van de Republiek.

2 nov.

Schwartzkoppen wordt als gevolg van de dreigende ontmaskering van Esterhazy naar Berlijn teruggeroepen. Hij wordt benoemd tot commandant van het 2e Garde Grenadiers Regiment.

5 nov.

Derde brief van Esterhazy aan de president van de Republiek.

7 nov.

Dreigbrief van Esterhazy aan Picquart.

9 nov.

Officiële persbericht dat Dreyfus "volgens wet en recht" is veroordeeld.

De bankier De Castro ontdekt in het Bordereau het handschrift van zijn klant Esterhazy. Hij laat dit weten aan Mathieu Dreyfus. Deze gaat naar Scheurer-Kestner om bevestiging te vragen. De senator geeft hem die.

top

10 nov.

De valse telegrammen Speranza en Blanche worden aan Picquart gestuurd om als elementen in de valse aanklacht te kunnen dienen die door de État-Major wordt voorbereid.

13 nov.

In een brief aan Ranc gepubliceerd in Le Temps stelt Scheurer-Kestner dat Dreyfus onschuldig is en dat werkelijke schuldige bekend is, echter zonder bewijzen te overleggen. Samen met Zola en een journalist van de Figaro, Arène, wordt afgesproken een campagne met steeds verdergaande onthullingen in de krant te gaan voeren. Leblois stelt een verzoek tot herziening gericht aan de Garde de Sceaux op, dat de senator zal indienen. Arène publiceert 'Vidi', over het dossier van Scheurer-Kestner.

15 nov.

Mathieu Dreyfus wijst Esterhazy aan als de schrijver van het Bordereau en als de 'werkelijke verrader'. La Libre Parole schrijft 'Vixi', daarbij geholpen door Henry c.s.

Schwartzkoppen verlaat Parijs.

16 nov.

Esterhazy eist een onderzoek naar zich zelf. Generaal de Pellieux krijgt de opdracht voor dit onderzoek, dat Esterhazy boven elke verdenking plaatst. De minister van Oorlog bevestigt Esterhazy de teruggave van het document 'Ce canaille de D....', het 'document liberateur'.

19 nov.

Picquart wordt bevolen naar Parijs te gaan, waar hij 26 november aankomt.

21 november

Le Figaro publiceert de herinnering van gevangenisdirecteur Forzinetti die van meet af aan twijfels had over de schuld van Dreyfus.

top

27 nov.

De Italiaanse ambassadeur graaf Tornielli protesteert bij de minister van Buitenlandse Zaken tegen de vervalsing van een brief van kolonel Panizzardi, waarvan in de pers sprake is. De vervalsing wordt acht maanden later als de 'vervalsing Henry' bekend.

28 nov.

Le Figaro publiceert uittreksels van brieven van Esterhazy aan Madame de Boulancy en tevens de zogenaamde Ulanenbrief. In de pers verschijnen antisemitische en anti-protestantse berichten.

2 dec.

Esterhazy eist voor de krijgsraad geoordeeld te worden.

4 dec.

De aanklacht tegen Esterhazy wordt ingediend. Majoor Ravary doet het justitieel vooronderzoek.

24 dec.

De handschriftdeskundigen Belhomme, Couard en Varinard verklaren dat Esterhazy niet de schrijver van het Bordereau is, maar dat men zijn handschrift heeft overgetrokken.

31 dec.

Majoor Ravary beëindigt zijn onderzoek tegen Esterhazy en vindt geen reden tot het indienen van een aanklacht.

1898 top

2 jan.

De gouverneur van Parijs, generaal Saussier, beveelt Esterhazy voor de krijgsraad te brengen.

7 jan.

Le Siècle publiceert het rapport van majoor d'Ormescheville.

10 jan.

De eerste zitting van de krijgsraad, die slechts voor een deel openbaar is. Picquart wordt gearresteerd.

11 jan.

Esterhazy wordt vrijgesproken.

13 jan.

Picquart krijgt zestig dagen zwaar arrest in afwachting van zijn verschijnen voor een onderzoekscommissie. Scheurer-Kestner niet gekozen als vice-president van de Senaat.

Georges Clemenceau publiceert in L'Aurore de open brief van Zola aan de Franse president onder de kop J'Accuse!

De Mun eist dat de Kamer vervolging instelt tegen Zola, L'Aurore en zijn directie. Met 312 tegen 122 wordt hiertoe besloten.

15 jan.

De Italiaanse ambassadeur herhaalt in een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken zijn protest tegen de vervalsing van een mededeling van Panizzardi (le faux Henry), dat hij ook al op 27 november mondeling had gedaan.

18 jan.

Minister van Oorlog generaal Billot dient een aanklacht in tegen Zola en de directeur van L'Aurore, Perrenx wegens belediging van de krijgsraad die Esterhazy had vrijgesproken. 32 socialistische afgevaardigden komen met een manifest waarin zij geen belangstelling wensen te tonen voor het lot van Dreyfus, die "tot de klasse der kapitalisten, de klasse van de vijand, behoort." Antisemitische demonstraties in geheel Frankrijk.

top

19 jan.

De krant Le Siècle start met de publikatie van de "Brieven van een onschuldige", zoals de brieven van kapitein Dreyfus worden genoemd.

1 feb.

Een raad van officieren die bijeenkomt in de vesting van Mont-Valérien spreekt zich uit voor het oneervol ontslag van Picquart. De reden is "ernstige misstap in dienstverband."

7 feb.

Begin van het proces tegen Zola, dat op 23 februari zal eindigen.

De aangeklaagde Zola wordt door Fernand Labori verdedigd, terwijl Georges en Albert Clemenceau de verdediging op zich nemen van Perrenx.

17 feb.

Generaal Pellieux gebruikt in zijn getuigenis een deel van de "faux Henry" als het onweerlegbare bewijs voor de schuld van kapitein Dreyfus.

Picquart verklaart voor het gerechtshof dat het document een vervalsing is.

18 feb.

Generaal de Boisdeffre bevestigt de verklaring van generaal Pellieux en stelt tegenover de juryleden en tegenover "de vertegenwoordigers van de natie" de vertrouwenskwestie.

23 feb.

Zola krijgt de maximum straf van één jaar gevangenisstraf en 3000 Francs boete, Perrenx krijgt vier maanden en eveneens 3000 Francs boete.

top

24 feb.

Minister-president Méline dreigt met uitzonderingsmaatregelen tegen de Dreyfusards. Oprichting door Ludovic Trarieux van de Ligue des droits del'homme.

26 feb.

Picquart wordt ontslagen.

1 maart

De Italiaanse ambassadeur graaf Tornielli onthult enkele belangrijke feiten over Esterhazy aan senator Trarieux.

3 maart

Lemercier-Picard die bij de inlichtingendienst handschriften vervalste, heeft zich opgehangen.

5 maart

Duel tussen Picquart en Henry.

2 apr.

Het Hof van Cassatie vernietigt het vonnis tegen Zola omdat het Ministerie van Oorlog niet bevoegd was een klacht in te dienen bij de krijgsraad.

8 apr.

De krijgsraad klaagt Zola en Perrenx aan. Deze wenst tevens Zola zijn Légion d'honneur te ontnemen.

11 apr.

De Krijgsraad dient een nieuwe aanklacht tegen Zola in, die betrekking heeft op slechts drie regels uit J'Accuse.

top

22 mei

Verkiezingen waarin de dreyfusards, zoals Jaurès hun zetels verliezen. In Algiers kent Drumont een ware triomftocht.

15 juni

Val van het kabinet-Méline.

28 juni

Brisson vormt een nieuw kabinet waarin Cavaignac minister van Oorlog wordt. De laatste is verklaard tegenstander van Zola en Picquart. Maar probeert door alles aan het daglicht te brengen de schuld van Dreyfus te bewijzen.

3 juli

Madame Lucie Dreyfus eist de annulering van het vonnis tegen haar echtgenoot. De minister van Justitie weigert op te treden wegens gebrek aan bewijs voor de onrechtmatigheid van het oordeel van de krijgsraad.

7 juli

Redevoering van Cavaignac waarin hij de "faux Henry" als het belangrijkste bewijs tegen kapitein Dreyfus aanvoert. Belooft strenge maatregelen tegen de dreyfusards. Stelt dat Dreyfus bekend zou hebben.

8 juli

Picquart herhaalt in een brief aan de minister-president dat de door Cavaignac naar voren gehaalde bewijzen op een vervalsing berusten.

top

9 juli

Zola wordt wegens belediging van de deskundigen in het proces tegen Esterhazy veroordeeld tot een maand gevangenisstraf en 3000 Francs schadevergoeding.

11 juli

Christian Esterhazy - neef van de majoor - beschuldigt hem er van de valsaris van twee telegrammen aan Picquart (november 1897) te zijn. Bovendien onthult hij de banden tussen Esterhazy, Henry en du Paty de Clam.

12 juli

Esterhazy en Madame Pays worden door de rechter van instructie Bertulus gearresteerd omdat zij onder verdenking staan de aan Picquart gerichte telegrammen Blanche en Speranza te hebben vervalst. Tegen Leblois en Picquart wordt een onderzoek ingesteld wegens het vermeend onthullen van geheime dokumenten over de nationale verdediging.

13 juli

Picquart wordt gearresteerd.

18 juli

Zola vlucht naar Engeland waarna het Hof van Assisen van Versailles hem bij verstek veroordeelt. Henry legt een halve bekentenis af voor rechter Bertulus.

11 aug.

Cavaignac stelt voor om de meest notoire dreyfusards: Mathieu Dreyfus, Scheurer-Kestner, Ranc, Zola, Jaurès, Clemenceau, Reinach, Lazare e.a. voor de Hoger Raad te dagen wegens een aanslag tegen de staatsveiligheid of wegens een complot tegen het grondwettelijk gezag. Brisson weigert hierin mee te gaan.

12 aug.

Esterhazy krijgt ontslag van rechtsvervolging en wordt in vrijheid gesteld.

top

13 aug.

Kapitein Cuignet verbonden aan de staf van Cavaignac stelt de onbetrouwbaarheid vast van het 'faux Henry'. Hij licht de minister in.

24 aug.

Esterhazy wordt geoordeeld door een raad van officieren die hem voor eenvoudig ontslag uit de dienst voor draagt op grond van onbekwaam leiding geven.

30 aug.

Minister van Oorlog Cavaignac beweert dat Henry voor zijn vervalsing borg heeft gestaan. Henry wordt gearresteerd en in de vesting van Mont-Valérien in verzekerde bewaring gehouden.

Ontslagverzoek van generaal de Boisdeffre.

31 aug.

Ontslagverzoek van generaal de Pellieux.

Zelfmoord van Henry.

Esterhazy vlucht naar het buitenland.

3 sept.

Aftreden van Minister van Oorlog Cavaignac.

Madame Lucie Dreyfus dient een verzoek tot revisie van het proces tegen haar man in bij de regering.

5 sept.

Generaal Zurlinden wordt Minister van Oorlog.

12 sept.

Du Paty de Clam wordt als niet meer bruikbaar ontslagen.

top

17 sept.

Generaal Zurlinden treedt af. Generaal Chanoine wordt de derde Minister van Oorlog in het kabinet Brisson.

De Minister van Justitie legt de competente commissie de kwestie van de revisie van het proces Dreyfus voor; de commissie spreekt zich op 21 september tegen revisie uit.

20 sept.

Minister van Oorlog Chanoine dient een aanklacht in tegen Picquart wegens de "intriges die hij heeft gebruikt om in de plaats van Dreyfus iemand anders de schuld te geven."

21 sept.

De burger-justitie levert Picquart uit aan de militaire justitiële autoriteiten.

25 sept.

Esterhazy verklaart voor het eerst dat hij op bevel van kolonel Sandherr het Bordereau heeft geschreven. De journalist Strong publiceert de bekentenis in de Londense The Observer.

26 sept.

De ministerraad geeft opdracht aan de minister van justitie om het verzoek van Lucie Dreyfus tot herziening van het proces tegen haar man voor het Hof van Cassatie te brengen en passeert hiermee het besluit van de adviescommissie van 17 september.

18 okt.

L'Intransigéant begint een hetze tegen het Hof van Cassatie.

top

25 okt.

Minister van Oorlog Chanoine treedt tijdens de zitting van de Kamer af als Minister van Oorlog. Val van het kabinet-Brisson.

29 okt.

De strafkamer van het Hof van Cassatie besluit tot het instellen van een onderzoek naar het geval-Dreyfus. Verschillende hoofdrolspelers in de affaire, zoals Picquart, Du Paty de Clam, Mercier en anderen worden gehoord door de strafkamer.

31 okt.

Dupuy vormt een nieuw kabinet. Freycinet wordt minister van Oorlog. In L'Autorité wordt het dilemma voor de regering scherp geformuleerd: Dreyfus of het Leger.

7 nov.

Joseph Reinach stelt in een artikel dat kolonel Henry de medeplichtige was van "de verrader Esterhazy".

17 dec.

De handschrift-expert van de Banque de France, Gobert geeft een verklaring af tegenover het Hof van Cassatie over zijn ervaringen met de generaals in 1894 aan de vooravond van de arrestatie van Dreyfus.

19-22 dec.

Briefwisseling tussen Graaf Münster en Von Schwarzkoppenover de rol van Von Schwartzkoppen en zijn verhouding tot Dreyfus en Esterhazy.

31 dec.

Oprichting van de Ligue de la patrie française.

1899 top

3 jan.

Onderzoek van de Eerste President van het Hof van Cassatie Mazeau tegen de Strafkamer op grond van denunciaties van de president Quesnay de Beaurepaire.

7 jan.

Tweede onderzoek van Mazeau op last van de Minister van Justitie tegen de Strafkamer op grond van nieuwe beschuldigingen van de kant van Quesnay de Beaurepaire.

8 jan.

Quesnay de Beaurepaire - president van de Civiele Kamer van het Hof van Cassatie - treedt af.

15 jan.

Libre Parole maakt bekend dat bij de krant 131000 Francs aan giften ten behoeve van de weduwe van Henry is binnengekomen om daarmee haar strijd tegen Reinach te kunnen ondersteunen.

30 jan.

Minister van Justitie Lebret dient een wetsontwerp in om de Strafkamer het onderzoek van het geval-Dreyfus te ontnemen en over te dragen aan de verenigde Kamers van het Hof van Cassatie (Loi de desaisissement).

10 febr.

Deze wet waarin een beschuldigde gedurende het proces aan een toegewezen rechter wordt onttrokken, wordt door de Kamer met 324 tegen 207 aangenomen, maar daags tevoren heeft de Strafkamer het onderzoek afgesloten.

16 febr.

De President van de Republiek Félix Faure gaat dood.

top

18 febr.

Emile Loubet wordt tot President gekozen.

23 febr.

Begrafenis van Faure. Poging van Déroulède om met troepen naar het Elysée op te trekken.

1 maart

De Loi de desaisissement wordt door de Senaat aangenomen.

5 mei

Minister van Oorlog de Freycinet treedt af; Camille Krantz volgt hem op.

31 mei

Déroulède wordt vrijgesproken van poging tot staatsgreep. In de daarop volgende maanden zal Déroulède die zich de kampioen van de vijanden van de Republiek kan noemen, zijn mening over de affaire niet onder stoelen of banken steken.

3 juni

Het Hof van Cassatie vernietigt de veroordeling van kapitein Dreyfus en verwijst zijn kwestie terug naar de Krijgsraad te Rennes.

4 juni

Aanslag op de President van de Republiek op de tribune van de renbaan bij Auteuil door Baron de Christiani.

top

5 juni

Zola keert terug naar Frankrijk.

9 juni

Dreyfus verlaat Duivelseiland aan boord van de kruiser Sfax. Picquart wordt vrijgelaten.

11 juni

Socialistische demonstraties tegen de gebeurtenissen bij Auteuil. Honderdduizend mensen marcheren door Parijs.

12 juni

Val van het kabinet-Dupuy.

22 juni

Waldeck-Rousseau vormt een nieuw kabinet. Generaal Gallifet wordt Minister van Oorlog.

30 juni

Dreyfus arriveert in Port-Houligen en wordt 's nachts naar de militaire gevangenis van Rennes overgebracht.

7 aug.

Start van het tweede proces tegen Dreyfus voor de krijgsraad van Rennes.

top

10 aug.

Generaal Chamoin, de vertegenwoordiger van het Ministerie van Oorlog, verliest tijdens een zitting achter gesloten deuren een vervalst telegram van Panizzardi van 2 november 1894, dat door Mercier aan hem was gegeven.

De regering dekt generaal Chamoin.

12 aug.

Generaal Mercier treedt op zaterdag als derde en laatste getuige op. Hij legt hierbij ook getuigenis af over de vermeende oorlogsdreiging tijdens het eerste proces in 1894.

14 aug.

Moordaanslag op Labori. Op weg naar de zitting probeert een persoon hem van achteren te benaderen en schiet hem een kogel in de rug. In de Gaulois verschijnt een open brief, waarin getwijfeld wordt aan de getuigenis van Mercier, vooral over het zogenaamde bordereau annoté.

18 aug.

Kolonel Picquart legt een verkaring af over zijn rol als waarnemer tijdens het eerste proces tegen Dreyfus in 1894.

24 aug.

Labori keert terug in de rechtszaal.

top

9 sept.

Kapitein Dreyfus wordt met vijf tegen twee stemmen tot 10 jaar vestingstraf veroordeeld met aftrek wegens verzachtende omstandigheden.

15 sept.

Kapitein Dreyfus ziet af van hoger beroep.

19 sept.

Kapitein Dreyfus krijgt gratie.

17 nov.

De regering legt aan de Kamers een wetsontwerp voor een Amnestiewet voor.

1900

top

28 jan.

Generaal buiten dienst Mercier wordt in de Senaat gekozen.

5 mei

Bij de gemeenteraadsverkiezingen behalen in Parijs de nationalisten de meerderheid.

22 mei

De Kamer eist dat de regering zich met hand en tand verzet tegen heropening van het geval-Dreyfus.

28 mei

Aftreden van de Minister van Oorlog generaal de Gallifet.

27 dec.

De Amnestiewet wordt van kracht.

1902 top

10 juni

Combes vormt een nieuw kabinet.

29-30 sept.

Zola sterft aan koolmonoxide-vergiftiging.

1903 top

6 april

Kamerdebat over de verkiezing van afgevaardigde Syveton. De leider van de socialisten Jean Jaurès eist een onderzoek naar het bordereau annoté. Minister van Oorlog generaal André verklaart zich tot een dergelijk onderzoek bereid. Het kabinet dat vervolgens de vertrouwenskwestie stelt, weet zich te handhaven.

25 dec.

De Minister van Justitie draagt de revisie van het proces van Rennes op aan het Hof van Cassatie. 

1904 top

5 maart

De Strafkamer van het Hof van Cassatie besluit op grond van een nieuw revisieverzoek tot een onderzoek naar het geval-Dreyfus.

26 maart

Mercier wordt verhoord door de Procureur Generaal van de Strafkamer over het geheime dossier en het verdwijnen van documenten die betrekking hadden op de rechtszaak in 1894

25 okt.

Begin van het proces-Dautriche voor de tweede Parijse Krijgsraad.

7 nov.

Vrijspraak van de beschuldigden in het proces-Dautriche. 

1906 top

12 juli

Het Hof van Cassatie vernietigt het vonnis van Rennes en rehabiliteert kapitein Dreyfus.

13 juli

Bij wet worden Picquart met de rang van brigade-generaal en Dreyfus met de rang van majoor weer in de dienst opgenomen.

20 juli

Dreyfus wordt ridder van het Legioen van Eer.

1908 top

6 juni

Overblijfselen van Zola overgebracht naar het Pantheon. Grégori verwondt met twee schoten Dreyfus.

1935 top

11 juli

Dood van luitenant-kolonel buiten dienst Alfred Dreyfus.

terug