Bernard Lazare in zijn brochure "Une erreur judiciaire, la vérité sur l'affaire Dreyfus", 6 november 1896.

Bernard Lazare
Over de herkomst van het Bordereau.

De herkomst van het Bordereau is niet te verklaren zolang men niet aanneemt dat het door een vervalser is gemaakt die met iemand van het dienstpersoneel van de Duitse ambassade in contact stond en zo in staat was het vervalste Bordereau, dat documenten opsomt die nooit geleverd werden, binnen te smokkelen en op de gebruikelijke wijze er weer uit kon halen.

Over de beweegredenen van de aanklagers.

Wat is nu de eigenlijke reden voor deze houding? Heb ik niet gezegd dat kapitein Dreyfus tot een klasse van parias behoorde? Hij was soldaat, maar hij was ook jood. Hij is vooral als jood vervolgd. Omdat hij jood was, heeft men hem gearresteerd, en omdat hij jood was, heeft men hem voor de krijgsraad gebracht. Omdat hij jood was, werd hij veroordeeld, omdat hij jood is, wil men niet ten zijne gunste de stem van waarheid en gerechtigheid horen. De verantwoording voor de veroordeling van deze onschuldige valt toe aan diegenen die deze door hun lage hetzerij, door hun leugens en door hun laster veroorzaakt hebben. Deze mensen hebben een dergelijk proces mogelijk gemaakt. Deze mensen verhinderen de verlichting van een volk. Zij gebruikten een joodse verrader, die de plaats innam van de klassieke Judas, een joodse verrader, die men elke keer weer in gedachten kon oproepen, om zijn schande op een geheel volk te laten slaan, een joodse verrader die men kon gebruiken om een planmatige veldtocht succesvol te kunnen beëindigen, waarvan de laatste actie de affaire-Dreyfus geweest is.

Over generaal Mercier

Men zal ons voorhouden dat het niet de hetzers waren, die Dreyfus beschuldigden, en stellen de vraag waarom diegenen die de waarheid wisten, niets deden om de vloed van woede en haat in te dammen. Zij zwegen, omdat ook zij bloot gesteld waren aan de antisemitische terreur en het niet waagden deze te weerstaan. Maar bij alles is een man schuldig, en hij mag zijn verantwoordelijkheid niet ontlopen. Deze man is generaal Mercier, de toenmalige Minister van Oorlog. Op hem, de door politiek bezeten generaal, moet het volle gewicht van de foutieve beoordeling rusten, want hij peurde voordeel uit de nationalistische hetze. Terwijl hij deze voedde en bevorderde, probeerde hij zijn afnemend aanzien, zijn afnemende populariteit te herstellen. Men zal direct zien op welke zwakke grond van verdenking, op welke elkaar tegensprekende getuigenissen deze man, die het hoogste gezag bekleedde, de arrestatie van kapitein Dreyfus bevolen heeft. Indien hij slechts dat gedaan had, dan zou hij een zich aan een onvergeeflijke lichtvaardigheid hebben schuldig gemaakt. Maar hij deed uit angst meer, hij werd assistent en medeplichtige van diegenen, die met zijn hulp een onschuldige in de kerker brachten.


terug