Hongarije en de Hongaarse opstand van 1956 


Hongaars raadseltje

Wat was de misdaad van de Hongaren in 1956?
Antwoord: Inmenging in eigen binnenlandse aangelegenheden.

Nadat tussen maart en november 1919 een sovjet-republiek onder leiding van Béla Kun de dienst had uitgemaakt, kwam admiraal Horthy aan het bewind.
Deze richtte het koninkrijk Hongarije opnieuw op, waarbij hij zelf als regent optrad. De Hongaarse politiek werd overheerst door de negatieve gevoelens die men koesterde ten aanzien van de Vrede van het Trianon (onderdeel van de vele vredesafspraken na de Eerste Wereldoorlog) waarbij Hongarije een groot deel van zijn grondgebied had moeten afstaan (tweederde!). Zowel bij de Sudetenkwestie, als bij de invasie van Rusland in 1941 koos Hongarije de kant van de nazi's. Het Hongaarse leger bleek geen partij voor het Rode Leger. Pogingen om tot een afzonderlijke vrede te geraken waren gedoemd te mislukken. In september 1944 bereikten de Sowjet-troepen de grens, waarna in januari 1945 Boedapest werd ingenomen.

In november 1945 vonden in Hongarije vrije verkiezingen plaats, waarbij de partij van kleine landbezitters een grote meerderheid behaalde. Deze partij profiteerde vooral van de landhervormingen die de communistische minister Imre Nagy had doorgevoerd.Rehabilitatie van Rajk....

Onder druk van de SU werd de partij van kleine grondbezitters als een "reactionair nest" tussen 1946-1947 uitgerookt en uit de regering olv. Rákosi gegooid. Hongarije werd officieel op 20 augustus 1949 een Volksrepubliek, met een grondwet naar Sovjet-model.

Een begin van destalinisatie vond plaats in juli 1953 toen Imre Nagy de leiding op zich nam en de gehate Rákosi verving als eerste minister. Echter in maart 1955 had de laatste weer de volledige controle over de partij en dus ook de regering. Zijn bewind ondervond slechts een geringe mildering van het klimaat tijdens en kort na het XX-ste Congres van de CPSU.

De onthullingen van Chroesjtsjow op het XX-ste Congres brachten een golf van patriottisme onder de dissidenten in de omringende landen teweeg. In Hongarije nam dit de vorm aan van een verering door linkse intellectuelen van de nagedachtenis van Sándor Petöfi - een dichter en rebel in 1849 -. De Sowjet Unie ondernam pogingen om de gemoederen te bedaren door Rákosi in juli aan de kant te schuiven (vervangen door een volgende Russische stroman Gerö). Het tegendeel gebeurde echter, en de roep om meer democratie nam toe.

Op 6 oktober vond naar aanleiding van de herbegrafenis van Lászlo Rajk een grote demonstratie plaats tegen de stalinisten in partij en regering. Rajk was een van Rákosi's slachtoffers geweest en in 1949 terechtgesteld. De slechte oogst en een dreigend brandstof tekort in een natte en koude herfst vergrootten de onrust en leidde tot de eis van terugtrekking van de Russische troepen.

Op 23 oktober demonstreerden studenten en arbeiders in Boedapest, waarbij uit protest het metershoge Stalinbeeld van zijn sokkel werd gesleurd. Het lijkt er dan op dat de voorstanders van democratisering gelijk zullen krijgen: de Sowjets beginnen hun troepen eind oktober terug te trekken.

Twee voormalige slachtoffers van Rákosi namelijk Imre Nagy en János Kadar worden benoemd tot respectievelijk eerste minister en secretaris-generaal van de CP. Nagy neemt in zijn regering niet alleen communisten op maar ook voormalige leden van de kleine grondbezitters en Anna Kethly, een vooraanstaand democrate. Allerlei vrijheidsbeperkende maatregelen worden door zijn regering aan de kant geschoven. Zo krijgt aartsbisschop Mindszenty gelegenheid om een radiotoespraak te houden op 31 oktober 1956. Mindszenty was de onbetwiste kampioen van een conservatief Hongarije, waarbij slechts de Habsburgers op de troon aanspraak konden maken. Hij had tussen 1949 en 1956 steeds onder meer of minder zware vormen van arrest gestaan. Ondertussen had Nagy onder druk van grootscheepse demonstraties en stakingen aangekondigd het meerpartijensysteem in te voeren, het Warschau Pact te verlaten en Hongarije tot een neutraal land te maken ŕ la Oostenrijk en 

Zwitserland. Afbeeldingen van Lenin verbrand

In deze elf dagen gaat het de SU en ook Kadar veel te snel en te ver. Kadar verlaat Boedapest om in Oost-Hongarije een tegenregering te vormen en zo het land te redden van "Horthy-fascistische contra-revolutionairen". Tegelijkertijd vonden er onderhandelingen plaats tussen Nagy en de Sowjet-autoriteiten over de uiteindelijke evacuatie van alle Sowjettroepen. Kadar roept echter de hulp van de SU en de troepen keren dan ook rap weer terug op 4 november. Rond het centrum van Boedapest worden zware gevechten geleverd. Een beroep op het westen om in te grijpen blijft onbeantwoord. Kardinaal Mindszenty vlucht het Amerikaanse Consulaat binnen en weigert dit te verlaten zolang de communisten aan het bewind blijven, ook al had het Vaticaan hem opdracht in 1964 gegeven om naar Wenen te gaan. Pas in 1971 doet hij dit.

De regering olv Nagy wordt natuurlijk afgezet. Nagy wordt gearresteerd, nadat hij een vrijgeleide had gekregen van uit de Joegoslavische ambassade waarheen hij was gevlucht. Hij wordt in het geheim veroordeeld en geëxecuteerd. Het stalinistisch bewind wordt hersteld en János Kadar krijgt de leiding. Ondanks wanhopige verzoeken om hulp aan mn. de VS bleef het Hongaarse volk alleen in zijn strijd tegen de Sowjetoverheersing. Tweehonderdduizend Hongaren vluchten naar het westen. Maar de Westerse wereld had op dat moment andere belangen te verdedigen en wel olie rond het Suez-kanaal...


terug