Wladyslaw Gomoelka, 1905-1982

Gomoelka werkte bij een slotenmakerij en in een olieraffinaderij. In 1926 sloot hij zich aan bij de illegale Communistische Partij van Polen. Tot tweemaal toe bracht hij in de jaren dertig enige tijd door inde gevangenis, terwijl in de tussenliggende periode naar de partijschool van de Komintern (Communistische Internationale) in Moskou ging. Hier kreeg hij een kaderopleiding. Tegen de wens van Stalin organiseerde hij in Polen verzetsgroepen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. In 1943 werd Gomoelka benoemd tot secretaris-generaal van de Poolse Verenigde Arbeiderspartij. Na de oorlog werd Gomoelka vice-premier en minister voor de gebieden die van Duitsland waren afgenomen. Wegens het propageren van een onafhankelijke Poolse weg naar het socialisme raakte hij in 1948 bij Stalin in ongenade. Gomoelka werd afgezet en bracht tussen 1951 en 1955 zijn tijd door in de gevangenis.

Na het uitbreken van onlusten in Polen in 1956 besloot de Sovjet Unie Gomoelka te rehabiliteren en hem opnieuw tot secretaris-generaal te benoemen. Hij voerde daar op volgend een zeer gematigde politiek: er kwamen meer vrijheden voor burgers, de gedwongen collectivisatie van de landbouw werd opgeheven en de rooms-katholieke kerk werd niet langer vervolgd. Onder druk van de SU kwam al in 1957 een tegen-ontwikkeling op gang. Gomoelka ging steeds meer in het keilzog van Moskou varen en verloor zijn populariteit onder de bevolking.

Toen in december 1970 de prijzen van voedsel sterk stegen, braken er grote demonstraties uit en werd Gomoelka gedwongen af te treden. Hij werd in 1971 uit al zijn functies ontzet en vervangen door Edward Gierek. In februari 1980 werd Gomoelka officieel eerherstel verleend.


terug