Tussen 1958 en 1961 speelde zich de voorlaatste crisis rond Berlijn af. De aanleiding werd  gevormd door de Sowjet eis in 1958 dat de drie andere Geallieerde mogendheden hun rechten en bezettingsprivileges moesten opgeven in Berlijn. Bovendien was de SU van plan de soevereiniteit over Berlijn over te dragen aan de DDR.

De westelijke Geallieerden zijn niet bereid af te zien van hun positie in Berlijn, waardoor de spanning rond Berlijn oploopt. In augustus 1961 bereikt de crisis zijn dieptepunt: in de nacht van 12 op 13 augustus verbraken de Oostduitsers de verbindingen van het oostelijk stadsdeel met het westelijk deel. Ondanks felle protesten verschenen overal prikkeldraadversperringen. In hoog tempo wordt vervolgens de Muur gebouwd die uiteindelijk tot en met 4 november 1989 zou blijven staan. Chroesjtsjov was niet bereid de leegloop van de DDR met lede ogen aan te zien.
Talloze Oostduitsers komen om bij vluchtpogingen. Zo ook de achttienjarige Peter Fechter die tijdens een vluchtpoging over de Muur wordt neergeschoten op 17 augustus 1962. Daags er na verschijnt Ulbricht voor de televisie om de bouw te legitimeren.

De werkelijke rede voor de bouw van de muur was de permanente uittocht van gekwalificeerde arbeidskrachten van Oost-Berlijn naar West-Berlijn. De officiŽle argumentatie van de kant van Oost-Duitsland hield in dat men een muur bouwde ter bescherming tegen de voortschrijdende militarisering van West-Berlijn en de mate waarin daarin het fascisme zou kunnen voortleven.


terug