Alexander Dubcek, 1921-1992

Toen hij vier jaar oud was emigreerde zijn familie naar de Sovjet Unie. Hij keerde naar zijn geboorteland Slowakije terug in 1938 waar hij in het geheim lid werd van de Communistische Partij in 1939. In het Slowaakse verzet was hij actief tot augustus 1944.
Hij werd vrijgestelde voor de partij in 1949, maar hij werd naar Moskou teruggestuurd voor politieke vorming tussen 1955 en 1958.
Bij zijn terugkeer - met de reputatie een trouw aanhanger van Chroesjtsjov te zijn - werd hij eerste secretaris van de Slowaakse partij in Bratislava. Hij was niet de leider van de aanvallen op eerste secretaris Novotny, maar liet zich zelf wel benoemen tot zijn opvolger tijdens een bijeenkomst van het Centraal Comitť van de Communistische Partij op 5 januari 1968.
Dubcek was een voorstander van het totalitaire karakter van de communistische partij zonder het overwicht van de partij in Tsjechoslowakije los te willen laten. In gesprekken met Breznjev en de zijnen aan de Slowaaks-OekraiŽnse grens tussen 29 juli en 1 augustus probeerde hij hen er van te verzekeren dat zijn 'socialisme met een menselijk gezicht' het Tsjechoslowaaks reŽel bestaande socialisme niet in gevaar zou brengen.
Enkele dagen later liet hij zich even geruststellend uit tegenover leden van het Warschau Pact.
Desalniettemin vielen de Sovjets met steun van enkele symbolische troepen van het Warschau Pact op 20-21 augustus Tsjecho-Slowakije binnen.
Alexander Dubcek werd gearresteerd, maar al snel weer los gelaten na gesprekken in Moskou. Tot april 1969 bleef hij eerste secretaris. Zijn carriŤre eindigt met een ambassadeurschap in Turkije waarna hij in 1970 uit de partij wordt gegooid en boswachter wordt in Slowakije.
Na de Fluwelen Revolutie van 1989 treedt hij weer even in de schijnwerpers. Op 25 december wordt hij voorzitter van de Nationale Assemblee. In 1992 krijgt hij een auto-ongeluk waaraan hij overlijdt.


terug