Breznjev, Leonid (1906-1982)

Leonid werd geboren in de OekraÔne als zoon van een metaalarbeider. Na de lagere school werkte hij zelf enkele jaren als handarbeider, maar vanaf 1923 volgde hij een opleiding in de landbouw en in de metaalbewerking. In 1931 werd hij lid van de CPSU. Door de zuiveringen onder Stalin kon hij snel opklimmen in de partij hiŽrarchie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij als hooggeplaatst politiek commissaris in het leger. In 1950 kreeg Breznjev de opdracht om MoldaviŽ dat was afgenomen van RoemeniŽ, onder gezag van Moskou te brengen. Dat deed hij met harde hand.

Na het debacle van de Cubacrisis en de verslechterende relatie met China werd in 1964 Nikita Chroesjtsjov tot aftreden gedwongen. Breznjev maakte deel uit van het driemanschap dat de macht overnam. Dit drietal bestond naast Leonid uit Kosygin en Podgorny. Al spoedig bleek Breznjev de krachtigste van de drie. Hij trok het belangrijkste ambt naar zich toe: secretaris-generaal van de CPSU. Sinds 1966 tot zijn dood in 1982 heeft hij deze functie uitgeoefend.

Toen in 1968 Alexander Dubcek een poging deed het het reŽel bestaande socialisme een menselijker gezicht te geven, besloot Breznjev een nieuwe doctrine af te kondigen. In deze doctrine bezitten ‘bevriende’ socialistische landen volgens Breznjev slechts een beperkte soevereiniteit. De buitenlandse politiek moest geheel afgestemd zijn op de buitenlandse politiek van de Sovjet Unie, waarvan Gromyko de trouwe uitvoerder was. Daarmee was volgens Breznjev het beleid van Alexander Dubcek en de CPTsj in strijd. Er volgde een opdracht aan troepen van het Warschau-Pact om aan de Praagse Lente een hardhandig einde te maken.

In de jaren zeventig raakt Breznjev bekend om zijn politiek van dťtente, die echter abrupt wordt afgebroken door de inval in Afghanistan door troepen van de Sovjet-Unie op 27 december 1979.

Aan het eind van zijn leven is Breznjev niet meer in staat om nog krachtig leiding te geven aan zijn regering. De Sovjet-Unie wordt meer en meer geregeerd door een gerontocratie, waarbij corruptie en starheid hand in hand gaan. Hij sterft in 1982 aan een hartaanval.

Uit: Mulder, L. e.a., Historische Gids van de 20e eeuw. Apeldoorn, 1996. p. 66-67


terug