Tacitus over het optreden van Nero

Om aan dit gerucht een einde te maken, legde Nero de verdenking op mensen die om hun misdaden gehaat waren en door het volk christenen werden genoemd. Hij liet uitgezochte kwellingen op hen toepassen. Zij heten naar Christus die onder Tiberius' regering door toedoen van de procurator Pontius Pilatus ter dood is gebracht. Na voor een moment onderdrukt te zijn, brak dit verderfelijk bijgeloof [exitiabilis superstitio] weer uit, niet alleen over Judea, de oorsprong van dat kwaad, maar ook over Rome, waar van alle kanten alles wat afstotend en afschuwelijk is, samenvloeit en zijn erediensten houdt.

Eerst werden zij gepakt die erkenden erbij te horen. Dan op hun aanwijzing, een geweldige menigte die verder niet meer aan brandstichting maar eerder aan haat jegens de mensheid werd schuldig verklaard. Allerlei soort spot ging met hun terdoodbrenging gepaard. Gehuld in vellen van wilde dieren werden zij door honden verscheurd. Velen werden aan het kruis geslagen of door vuur verbrand. Anderen weer werden bij het invallen van de schemering als nachtelijke verlichting gebruikt. Nero had zijn tuinen voor het schouwspel opengesteld en gaf een circusspel, waarbij hij zich in het tenu van een wagenmenner onder het volk bewoog of op een renwagen stond. Daarom begon er, hoewel het tegen mensen ging die schuldig waren en met de zwaarste straffen als voorbeeld gesteld moesten worden, toch medelijden op te komen, omdat zij niet tot nut van het algemeen maar wegens de bloeddorstigheid van één mens vernietigd werden.


Laatst bijgewerkt: 27 december 2009