Acta Sancti Maximiliani

Caput 1

Tijdens het consulaat van Tuscus en Anolinus op 12 maart zijn voorgeleid op het forum te Tebessa Fabius Victor samen met Maximilianus en is de advocaat Pompeianus ontboden, en die heeft gezegd: ‘Fabius Victor, de belastinginner, is hier geplaatst met Valerianus Quintianus, overste te Caesarea, wat betreft de goede recruut Maximilianus, de zoon van Victor, aangezien hij geschikt is, vraag ik dat hij gemeten wordt.’ Proconsul Dion heeft gezegd: ‘Hoe heet je?’ Maximilianus heeft geantwoord: 'Waarom wilt u mijn naam weten? Het is mij niet geoorloofd te strijden, omdat ik christen ben.' Proconsul Dion heeft gezegd: 'Plaats hem maar tegen de meetlat.' En toen hij ertegen geplaatst werd, heeft Maximilianus geantwoord: 'Ik kan niet strijden; ik kan geen kwaad doen; ik ben christen.' Proconsul Dion heeft gezegd: 'Laat hij opgemeten worden.' En toen hij opgemeten was, is er vanuit het kantoor voorgelezen: Hij meet vijf voet, tien twaalfden. Dion heeft tot het kantoor gezegd: 'Laat hij een teken krijgen.' En toen Maximilianus zich verzette, heeft hij geantwoord: 'Ik doe het niet; ik kan niet strijden.'

Caput 2

Dion heeft gezegd: 'Strijd, opdat je niet omkomt.' Maximilianus heeft geantwoord: 'Ik strijd niet; hak mijn hoofd maar af; ik strijd niet voor deze wereld, maar voor mijn God.' Proconsul Dion heeft gezegd: 'Wie heeft je hiertoe overgehaald?' Maximilianus heeft geantwoord: 'Mijn geest en Hij, die mij heeft geroepen.' Dion heeft tot diens vader Victor gezegd: 'Geef uw zoon raad.' Victor heeft geantwoord: 'Hij weet het zelf- hij heeft zijn eigen raad - wat goed voor hem is.' Dion zei tot Maximilianus: 'Strijd en ontvang het militair teken.' Hij heeft geantwoord: 'Ik ontvang geen teken. Ik heb reeds het teken van mijn Christus.' Proconsul Dion heeft gezegd: 'Ik zend jou direct naar jouw Christus.' Hij heeft geantwoord: 'Ik zou willen, dat je het meteen deed. Want dat is mijn roem.'Dion heeft tot de ambtenaar gezegd: 'Laat hij een teken krijgen. 'En toen hij weigerde, heeft hij geantwoord: 'Ik ontvang niet het teken van deze wereld; en als u mij een teken zal geven, verbreek ik dat, omdat ik niet de vereiste kwaliteiten heb (om soldaat te zijn). Ik ben christen; het is mij niet geoorloofd lood om mijn hals te dragen achter het heilzaam teken van mijn Heer Jezus Christus, zoon van de levende God, die u ontLent, die geleden heeft voor het leven van de wereld, die God heeft overgeleverd voor onze zonden. Deze dienen wij, alle christenen; deze volgen wij als leidraad voor het leven, als brenger van het heil.' Dion heeft gezegd; 'StriJd en ontvang het teken, opdat je niet ongelukkig omkomt.'Maximilianus heeft geantwoord: 'Ik kom niet om. Mijn naam is eds bij mijn Heer; ik kan niet strijden.'Dion heeft gezegd: 'Denk eens aan je leeftijd en strijd; want dit past een jongeman.' Maximilianus heeft geantwoord: 'Mijn krijgsdienst is bij mijn Heer. Ik kan niet voor deze wereld strijden. Ik heb het reeds gezegd: ik ben christen.'Proconsul Dion heeft gezegd: 'In het heilig gevolg van onze keizers Diocletianus en Maximianus, Constantius en Maximus, zijn christelijke soldaten en zij strijden.'Maximilianus heeft geantwoord: 'Laten zij zelf maar uitzoeken, wat goed voor hen is. Ik ben echter christen en kan geen kwaad doen.'Dion heeft gezegd: 'Zij die strijden, wat voor kwaads doen zij?' Maximilianus heeft geantwoord: 'U weet immers, wat zij doen.' Proconsul Dion heeft gezegd: 'Strijd, opdat je niet door verachting van de krijgsdienst op een kwalijke manier begint om te komen.' Maximilianus heeft geantwoord: 'Ik kom niet om; en als ik uit de wereld weg ben gegaan, leeft mijn geest met mijn Heer Christus.'

Caput 3

Dion heeft gezegd; 'Plaats zijn naam op de lijst.'En toen zijn naam erop geplaatst was, heeft Dion gezegd: 'Omdat je met een geest zonder eerbied de krijgsdienst hebt geweigerd, zul je een passend vonnis ontvangen tot voorbeeld voor de overigen.'En hij heeft het vonnis vanaf de akte voorgelezen: 'Er is besloten dat Maximilianus, daarom omdat hij met een geest zonder eerbied de krijgseed heeft geweigerd, met het zwaard ter dood wordt gebracht.' Maximilianus heeft geantwoord: 'Dank aan God.' In deze wereld was hij 21 jaar en 3 maanden en 18 dagen oud. En toen hij naar de plaats gevoerd werd, sprak hij als volgt: 'Zeer geliefde broeders, beijvert jullie met een zo groot mogelijke moed als je kunt, met een begerig verlangen, opdat het jullie ten deel valt de Heer te zien en Hij ook jullie een dergelijke kroon toebedeelt.' En met een opgewekt gelaat sprak hij zo tot zijn vader: 'Geef aan deze beul mijn nieuwe kleed, dat u voor mijn krijgsdienst had gekocht, en zo zal ik u met een honderdvoudig aantal beloningen ontvangen en zullen wij gelijk met de Heer verheerlijkt worden.' En zo is hij spoedig gestorven. En mevrouw Pompeiana heeft zijn lichaam met toestemming van de rechter voor geld meegekregen en na het op haar reiswagen gelegd te hebben heeft zij het naar Carthago gebracht en het onderaan een heuveltje naast de martelaar Cyprianus begraven, vlak achter het paleis; en zo is na 13 dagen deze dame gestorven en daar begraven. Zijn vader Victor is echter naar zijn huis teruggekeerd met grote vreugde, God dank brengend, omdat hij een zo groot geschenk aan de Heer heeft mogen vooruitzenden, hij die daarna zelf zou volgen.