De Kerkvaders

Dit zijn heiligen die vanwege de kwaliteit van hun geschriften zoveel gezag hebben dat hun ideeŽn maatgevend voor het geloof kunnen worden beschouwd.

Al vanouds hoorde het ambt van leraar tot de bijzondere taken van de gemeenten. De leraar maakt het geloof duidelijk voor de gemeente. Daarnaast kwam al vroeg de titel 'vader' voor. Vanaf de 4e eeuw kregen de bisschoppen die ter concilie gingen deze titel. In de strijd met de Nestorianen die Maria's goddelijke moederschap ontkenden, werden verzamelingen aangelegd van betrouwbare teksten van oudere auteurs die de naam van 'vaders' kregen. Uit deze teksten destilleerde men een bewijs voor de orthodoxie; een bewijs uit de 'doctrina patrum' (de leer van de vaders). In latere tijd - 17e eeuw, Luther - ontwikkelde zich de patristiek: theologie gebaseerd op de ideeŽn en geschriften van de 'vaders'.

In het Oosten zijn de grote kerkvaders: Basilius de Grote, Gregorius van Nyssa, Gregorius van Nazianze en Johannes Chrysostomus; in het Westen zijn het HiŽronymys, Ambrosius, Augustinus en Gregorius de Grote. Over de laatste vier hieronder zo meer. Het getal vier gaat terug op de antieke groepen van vier (geleerden, helden), en op parallellen met de vier paradijselijke stromen (Gen. 2, 10-14), de vier evangeliŽn en de vier kardinale deugden (voorzichtigheid, rechtvaardigheid, sterkte en matigheid), vier windstreken, het kruis, vierkant, grote profeten, temparamenten en lichaamssappen. De term 'kerkvaders' is behouden voor een viertal grootheden, 'vaders' voor alle orthodox vroegchristelijke auteurs.


Laatst bijgewerkt: 27 december 2009