Augustinus

Als kerkvader (en heilige) wordt in de katholieke kerk vereerd Augustinus (354-430). Geboren in de Afrikaanse provincie NumidiŽ is hij de zoon van een heidense vader en een christelijke moeder. Hij studeert retorica en leidt naar eigen zeggen (in zijn beroemde Confessiones) een leven vol zonde en wellust. Hij wordt professor in de retorica, en is voortdurend op zoek naar de zin van het bestaan, zonder een afdoende antwoord op zijn vragen te kunnen vinden. Hij is een tijdje lang aanhanger van Mani en wordt Platonist. Van het Christendom moet hij niks hebben. Maar in 384 gaat hij voor zijn beroep naar Milaan. Daar hoort hij Ambrosius (aartbisschop van Milaan en een andere kerkvader) prediken en raakt op dramatische wijze bekeerd (tolle, lege = neem op en lees [de Bijbel]).

Hij gaat terug naar Afrika, waar hij in Hippo aartsbisschop wordt (390). In een stortvloed van geschriften legt hij zijn opvattingen over het geloof neer. Die zullen de hele middeleeuwen lang steeds opnieuw worden bestudeerd. Zijn opvattingen over de leer der pre-destinatie, de genade en de vrije wil zullen tenslotte tot de katholieke traditie gaan behoren, maar ook op sommige hervormers heeft hij grote invloed.



Laatst bijgewerkt: 27 december 2009